Het is heel natuurlijk om te wandelen tijdens een coachsessie. Dit is eigenlijk niet uitgevonden maar ontdekt. Aristoteles kunnen we al een wandelcoach noemen, hij gaf al wandelend les. Veel boeddhisten beoefenen loopmeditatie om tot diepe inzichten te komen.  Anno nu ‘ijsberen’ we als we nadenken en we gebruiken loopmetaforen als we beslissingen moeten nemen: ‘gaan we links- of rechtsaf?’, ‘moeten we terugkeren op onze schreden?’, ‘beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald’.  In de jaren negentig is het etiket ‘wandelcoaching’ op de methodiek geplakt.

Wandelen in de natuur vermindert stress en helpt de gedachten te ordenen. Deze gedachte is terug te vinden bij uiteenlopende denkers als de grote filosoof Immanuel Kant, de intellectueel vader van de Amerikaanse psychologie William James en de spirituele schrijver Deepak Chopra. De laatste tijd wordt deze mening echter ook ondersteund door psychologisch onderzoek. De Canadese psychologen Elizabeth Nisbet and John Zelenski vroegen studenten bijvoorbeeld een wandeling te maken bij de campus. De proefpersonen kregen te horen dat onderzoekers benieuwd waren naar de ‘persoonlijke indrukken van de campus’. De helft van de studenten bleef binnen, en legde een route af langs onder andere de sportfaciliteiten en door tunnels. De andere groep maakte gebruik van een fietspad langs een kanaal en de botanische tuin. Uit ingevulde vragenlijsten na afloop blijkt dat de buitenwandeling leidt tot meer ontspanning, een duidelijke toename van positieve gevoelens en bescheiden afname van piekeren en tobben.

Wandelen is effectief bij het in beweging zetten van innerlijke processen. Door te bewegen stroomt zuurstofrijk bloed naar het brein waarbij relevante hersengebieden worden geactiveerd:

Hoogleraar Erik Scherder legt het effect van bewegen heel mooi uit in onderstaand filmpje.